Als ik er ben dan bel ik

Leugens! zou ik roepen

6 maart 2008 · 2 Reacties

park.jpg

We zitten op de schommels in het park. Het is laat om een kroeg binnen te wandelen, maar nog te vroeg om naar huis te gaan.

We schommelen zonder iets te zeggen. Het is fijn zo, dit.

‘Het is fijn zo dit’, zegt Fabiola.

‘Ik dacht net hetzelfde.’

‘Echt?’ vraagt Fabiola

‘Heus’, zeg ik.

‘Ik hou van schommelen…’

‘Ik ook’, zeg ik. ‘Ik hou ook van schommelen.’

‘…met jou’, zegt Fabiola.

‘Ik ook’.

Er lopen twee mannen voorbij. Eentje begint te glimlachen als hij Fabiola ziet. Met een brede grijns zwaait hij naar haar, de klootzak. Fabiola zwaait terug.

‘Zeg Fabiola’, zeg ik als ze voorbij zijn.

‘Ja?’

‘Als ik jou zou bellen hè, zomaar midden in de nacht, om te zeggen dat ik er ben.’

‘Ja?’

‘Wat zou je dan doen?’

Fabiola glimlacht. ‘Leugens!’ zou ik roepen. ‘Onmogelijk!’

‘Maar als ik dan vol zou houden?’

‘Dan zou ik zeggen dat je weer dronken bent.’

‘En als ik dan toch vol zou houden?’

‘Dan zou ik ophangen.’

‘Je zou me niet geloven?’

‘Nee.’

‘Waarom niet?’

Fabiola kijkt me even aan. Het lijkt of ze iets wil gaan zeggen, maar ze slikt het op het laatste moment in. Ze begint zachtjes te schommelen, met haar lichaam voorover, zodat haar haar voor haar gezicht naar beneden hangt. Ik bijt peinzend op mijn lip.

‘Fabiola?’

‘Wat?’

‘Ik hou ook van schommelen, hè. Ik bedoel, met jou, bedoel ik.’

Fabiola plant haar laarsjes stevig op de grond, zodat ze stopt met schommelen. Met een vreemde frons op haar gezicht kijkt ze me doordringend aan. Dan zet ze zich plotseling af, zodat ze met haar schommel naar achter schiet. Ook ik spring naar achter. We hangen met ons volle gewicht aan de kettingen en al snel zwiepen we met enorme vaart langs elkaar.

‘Aiebdbi!’, roept Fabiola als ze langs me scheert.

‘Ja?’

‘Ik vind jou stom!’

‘Ik vind jou ook stom!’ roep ik in de volgende zwaai.

We vliegen als gekken heen en weer. De wind suist in mijn oren, mijn maag zit in mijn keel en de balk die voorkomt dat we met een enorme boog in de vijver belanden, kraakt alsof hij ieder moment kan bezwijken.

Achter me, hoog in de lucht, brult Fabiola: ‘Ik hou van stom!’

Dan zwiept ze alweer langs.

‘Ik ook!’ roep ik. ‘Ik ook!’

Categorieën: Gedachten · Schrijfsels

2 reacties so far ↓

Laat een reactie achter